Het grijzeappelblauwzeegroenroze ouderschap

connectionVorige week liet An Lemmens zich uit over het moederschap en dat moeders niet zo moeten overdrijven want sinds “wanneer wordt het ouderschap aanzien als uitputtend, frustrerend en eenzaam”? Ook de Gezinsbond sprong op haar kar want er is teveel negativiteit en er is nood aan balans want “ouders weten niet meer wat te geloven.” Het heeft even geduurd voordat ik er zelf een gebalanceerde post kon aan wijden but here it comes. 

Hoe het hier ging
Ik ben zelf moeder van drie kinderen: een kleuter die in januari 2019 vijf wordt en twee adolescenten van 16 en 17 jaar. Ze zijn absoluut mijn grootste verwezenlijking in dit leven. Ik kan nu met trots en blijdschap naar mijn grote kinderen kijken en bedenken dat ze fantastische mensen zijn. Ik zie mezelf enkel als tijdelijke begeleider en ik vind dat ik het er tot nu goed van af heb gebracht. Ooit is het dus echt wel anders geweest. In den beginne was er niet veel harmonie en richting, het noorden kwijt zijn was zelfs nog een understatement. Maar gaandeweg vond ik ook mijn weg in het moederschap. En hoe meer kinderen ik kreeg, hoe makkelijker dat werd. Ik ben zeker niet de moeder geworden die ik in gedachten had vroeger maar ik ben tevreden met hoe ik het doe. De komst van mijn oudste heeft ervoor gezorgd dat ik in het therapeutenberoep ben gestapt en mij gespecialiseerd heb in het begeleiden van moeders die na de bevalling niet op een roze wolk terecht komen. Ik ben mijn eigen kinderen daar echt dankbaar voor.

De gulden middenweg
Edoch, het ouderschap is volgens mij voor weinig mensen een weg die over rozen gaat. Ik geloof zelfs dat veel ouders het ronduit zwaar vinden, vermoeiend en een aanslag op hun leven. We kunnen allemaal babysits boeken en grootouders reserveren en naar de yoga gaan en leren mediteren maar aan het einde van de dag kom je thuis en ben je terug verantwoordelijk voor het leven van één, twee of drie kinderen (of meer zelfs voor de dapperen onder ons). Zeer weinig kinderen hebben van de geboorte tot ze volwassen worden een parcours zonder obstakels. Meer en meer kinderen zijn hoogsensitief of hebben extra zorg nodig. Maar ook het leven van de ouders wordt ingewikkelder (meer scheidingen, we willen meer dan vroeger, we moeten het meer alleen doen en veel gezinnen zijn niet meer de klassieke gezinnen van weleer wat sowieso een impact heeft op de kinderen… om maar een paar zaken op te noemen). Een vriendin vermeldde mij vorige week dat de cornflakes door de lucht vlogen en nog iemand anders vertelde over een kleuter die een fles melk over de vloer leeggoot en erin ging rondspringen. Soms loopt het gewoon helemaal in het honderd en dat kan voelen als een enorm falen. Natuurlijk zien we allemaal onze kinderen graag. Ik zie zeer veel moeders die het allemaal niet meer weten maar ze zeggen allemaal hetzelfde:”Ik zie mijn kind zo ontzettend graag.” En dan komt het:”Maar ik wil het zo graag zo goed doen.”

Gelukkige kinderen
Het ouderschap wordt extra zwaar als we het als ouder heel goed willen doen. We willen het zelfs perfect doen. Want als we het perfect doen als ouder dan krijgen we gelukkige kinderen, dénken we. Kinderen zijn zonder twijfel het uithangbord van hoe we het doen als ouder. Er is niets in ons hele leven dat onze expertise als ouder zo duidelijk weerspiegelt als onze kinderen. Hoe ze groeien, hoe ze slapen, hoe ze eten, hoe ze praten, welke kleren ze dragen, welke hobby’s ze doen, hoe grappig ze zijn, hoe ze naar school gaan, hoe ze eruit zien, wat ze studeren, wanneer ze een lief hebben, wanneer ze trouwen en werk vinden. Er is niets dat zoveel zegt over een ouder dan gelukkige kinderen die het goed doen in het leven. Daar doen we het toch allemaal voor? Maar we beseffen veel te laat dat een perfecte opvoeding niet bestaat en dat we allemaal onze stinkende best kunnen doen maar dat we ook op veel factoren geen impact hebben. Ik geloof dat het elke ouder ten goede kan komen om onze kinderen niet als uithangbord te gebruiken voor wie we zijn en waartoe we capabel zijn. Maar ook dat we stoppen met oordelen over andermans kinderen en elk kind af te zetten tegen een onbekende schaal waar niemand nog ooit over nadenkt of die wel zinvol is.

Chill.

Wat moeten ouders nu geloven?
Het ouderschap is niet roze of grijs. Het is soms grijs en soms roze en soms appelblauwzeegroen en soms paars met witte bollen en soms goud en soms pikzwart. Ouders moeten helemaal niks geloven van wat anderen vertellen. Het is goed om eens te luisteren naar wat andere mensen zeggen maar vooral: ervaar het zelf en wees mild voor jezelf. Perfect ouderschap bestaat alleen in films, lieve mensen. Net zoals perfecte relaties alleen maar in de films bestaan. Kinderen zijn uiteraard heel puur als ze ter wereld komen maar laat ons gewoon mensen zijn onder de mensen en niet supervader en supermoeder want sowieso is dat niet wat onze kinderen willen of verwachten. Er is niets zo moeilijk voor een kind als leven met een wanna be perfecte moeder of vader. Zo een kind verliest al-tijd. Kinderen willen mensen van vlees en bloed die oprecht en eerlijk met hen verbinden en communiceren zonder dat er met hen gesold wordt. Als we dat allemaal samen al een beetje kunnen doen, dan zijn we al een heel eind ver. En dan vliegen de cornflakes maar eens door de kamer of wordt er met een deur gegooid. Blijf in verbinding, praat met elkaar, neem je verantwoordelijkheid als ouder en bied je excuses aan wanneer dat nodig is.

Everything is better than silence
Een collega kindertherapeut zei het heel mooi tegen een moeder:

A couple of weeks ago a child therapist that I know looked at my kids and said,

“You’re such a good mum”

Feeling like a total fraud I blurted, “I don’t feel like a good mum. The kids are driving me so crazy, I’m losing my temper and falling asleep at night wondering where I’m going got get the patients for another day”

To which she responded with a statement that I haven’t been able to forget,

“Babies cry, it’s how they communicate. Toddlers scream, children whinge and teenagers complain.
Then mums say the words ‘for fuck sake under their breath before every responding. It’s how we communicate.

But guess what Con? It’s better than silence.

A house full of screaming kids and fighting teenagers and a parent who’s being thrown every question and request is a healthy one to me.
It’s the silent children, the scared toddlers, the teenagers that don’t come home and the parents who aren’t in communication with their children that I worry about.

And kids don’t drive you crazy, you were crazy already. That’s why you had them.”

And just like that, I felt like a good parent again.

Deep breaths, you’re doing a good job. (Huffington Post)

Ik geloof erg in wat ze zegt: stay connected. 

Lieve Van Weddingen werkt als therapeut al meer dan tien jaar met moeders die na de geboorte van hun kind het emotioneel evenwicht verloren. Ze schreef over dit thema twee boeken, geeft hierover lezingen en richtte Postpartum Steun België op, hét platvorm voor ouders die hulp nodig hebben na de geboorte van hun kindje om zich beter in hun vel te voelen. Meer informatie op: www.lievevanweddingen.be

 

Aan de mama die het niet meer ziet zitten

shutterstock_527324182

Jarenlang begeleid ik moeders die tijdens maar vooral na de zwangerschap in een dal terechtkomen. Dat dal kan een zachte glooiing zijn maar kan ook lijken op een diepe krater waardoor een moeder afgesneden is van ieder menselijk contact. Niemand die haar begrijpt. Niemand die voelt wat ze voelt. Niemand die de duisternis in haar hoofd kan zien. Niemand die haar vermoeidheid voelt. De machteloosheid. De angsten. De onzekerheden. Niemand die haar nog kan aanraken of raken. Niemand die haar nog kan bereiken. Maar ze zit niet alleen in dat donkere dal. Haar baby is er ook. En die wil maar niet weggaan. Hoe hard ze ook probeert, de baby blijft. Natuurlijk ziet ze haar kind graag maar het zorgen voor een baby in dat donkere dal is als een naald zoeken in een hooiberg als het donker is. Ze voelt zich ontwapend en incapabel. Incapabel in iets wat verwacht wordt vanzelf te gaan namelijk moeder zijn van haar eigen kind. De wanhoop kan dan plots toeslaan. Want wat moet een vrouw als ze afgesneden is van iedereen maar vooral van zichzelf en toch moet zorgen voor een baby, dag in dag uit, zeven dagen op zeven. Dat zorgen voor wordt immers van haar verwacht want zij is de moeder van het kind. Het isolement waarin een moeder dàn terechtkomt kan verschrikkelijk wurgend zijn.

De wanhoop voorbij
Met pijn in het hart lees ik over de wanhoopsdaad van de moeder uit Varsenare. Mijn hart breekt, om eerlijk te zijn, in duizend stukken. Hoe wanhopig moet een vrouw zijn om haar eigen kinderen om het leven te brengen? Hoe donker moet de wereld geworden zijn? Hoe uitzichtloos moet het geweest zijn voor deze vrouw? Ik probeer mij de eenzaamheid voor te stellen en de paniek. Niemand had dit zien aankomen. Ik geloof ook niet dat een postpartum depressie of een depressie in het algemeen, altijd zo zichtbaar is voor de buitenwereld. Een depressie is een stilletjes doodgaan van binnen. Heel langzaam gaat het licht uit. Overal. Er ontstaat een soort van gewenning door de omgeving. Iemand wordt niet op 1, 2, 3 depressief. Dat gaat beetje bij beetje. En opeens is iemand er dan niet meer. De leegte is moordend. De berg is intussen zo enorm hoog geworden dat men vaak niet meer weet waar eerst te beginnen waardoor de berg alsmaar hoger wordt. Maar men gaat verder. Met moet verder. De uitputting slaat toe en de wanhoop is al lang gepasseerd.

Moederen met vallen en opstaan
We gaan er teveel vanuit dat moeders het allemaal maar redden. Drie kinderen op 5 jaar tijd. Dat is niet niks. Daar mogen we heus wel wat bezorgd over zijn en hulptroepen voor inschakelen. We geloven veel te veel dat vrouwen het sterke geslacht zijn en het allemaal vanzelf gaat. De tribe van vroeger is niet meer. Jonge moeders komen terecht in een woestijn van eenzaamheid en isolement. Dit is zeker niet voor alle moeders zo maar wel voor heel veel moeders. Moeders voelen zich vaak alleen, verdrietig, onzeker, vertwijfeld, angstig en verloren als ze pas een kindje gekregen hebben. Overdag kan de wereld dan heel klein worden want alle mensen zijn aan het werk. ’s Nachts is de duisternis ondraaglijk. We gaan er nog teveel vanuit dat moeder worden iets is dat moeders zomaar in de schoot geworden krijgen als ware het een cadeautje. Voor veel moeders is leren moederen iets van vallen en opstaan. En dan is het goed dat er mensen klaar staan om te helpen, om te koesteren, om te ondersteunen, om aan te moedigen en om vertrouwen te geven. Het kantelpunt van een dip naar een depressie is niet zo groot en kan snel omslaan. Daarin hebben we als omgeving maar ook als zorgverleners een belangrijke taak om alert te blijven. Laat ons er in elk geval nooit maar dan ook nooit vanuit gaan dat moeder worden voor een vrouw een evidentie is. Als we daarvan uitgaan, zullen er veel drama’s vermeden worden.

De postpartum buddy
Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat elke zwangere vrouw, of ze nu zwanger is van haar eerste kind of van haar vijfde, een maatje heeft waarmee ze kan sparren. Iemand waarmee ze zonder na te denken kan delen wat ze voelt en wat ze denkt. Deze band moet tijdens de zwangerschap al opgebouwd worden. Natuurlijk zijn er therapeuten en psychologen maar de solidariteit onder vrouwen mag ook best wat gestimuleerd worden. Niets is zo helpend als aan een andere vrouw vertellen dat het helemaal niet meer gaat. ECHT niet meer gaat. Niets is er zo helpend dat er dan iemand samen met jou gaat zoeken naar een oplossing. Of dat er iemand gewoon je eens vastpakt of over je rug wrijft. Of dat er iemand de baby overneemt en zegt dat je een bad moet gaan nemen. Of dat er iemand écht bekommerd is en er echt echt voor je is. Of dat er iemand elke dag even langskomt en aan je denkt. Zulke contacten zijn geld waard en kunnen ook levens redden.

Zoek hulp
Lieve mama die het allemaal niet meer ziet zitten: zoek hulp. Je bent niet zwak. Je bent geen slechte mama. Je bent niet gek. Je bent niet ziek. Je bent niet gestoord. Je bent geen psychiatrische patiënt die moet geïsoleerd worden. Je moet niet gescheiden worden van je baby. Je bent als mens echt in wezen goed maar je kan die hand in de rug heel goed gebruiken. De hulp gaat niet uit de lucht komen vallen en verwacht ook niet dat het opeens beter zal gaan. Zoek hulp. Schrijf een mail aan een goede vriendin en trek aan de noodrem. Trek je partner aan de mouw en heb een moedig eerlijk en open gesprek. Stap naar de huisarts en probeer uit de doeken te doen wat er aan de hand is. Schrijf wat mij betreft alleen maar “HELP” op een post-it en hang deze op de badkamerspiegel. Je kindje heeft je nodig en jij hebt je kindje nodig. En NIEMAND kan zo goed zorgen voor jouw kind als jij. Want jij bent echt waar de béste mama die jouw kindje kan hebben.

Heb je hulp nodig? Kijk dan op www.postpartum.eu of op www.lievevanweddingen.be

Lieve Van Weddingen is gespecialiseerd in het begeleiden van moeders tijdens en na de bevalling. Ze richtte Postpartum Steun België op en geeft over heel Vlaanderen lezingen over het thema. 

 

 

Minder spullen, meer rust

less is moreIk kwam ergens vorig jaar in een fase in mijn leven waarin ik de overvloed aan spullen in ons huis overschouwde en zuchtte: het is teveel. Teveel spullen, teveel om op te ruimen, teveel om te stockeren. Gewoon: teveel. Dus kocht ik het boek van Marie Kondo “Opgeruimd!”. Maar ook dat haalde niet veel uit. Ik had, oh ironie, nu zelfs nog een boek extra. Toen de man des huizes op een dag dan nog eens 200 Engelstalige pockets binnen sleurde, had ik het echt wel helemaal gehad. Maar alleen kon ik het precies niet. Ik nam er de tijd niet voor, ik deed het niet grondig genoeg en ik twijfelde soms of ik iets echt nog wel nodig had. Ik had dus hulp nodig. En geloof mij, wij zijn geen verzamelaars zoals je soms op televisie ziet maar we kopen teveel, we sparen te graag spullen en we houden te graag bij onder het mom dat we dat toch ooit wel eens nodig zullen hebben. Wie heeft er 5 vazen nodig of 3 dienbladen of 1000 boeken? Nobody. Echt.

Opruimcoach
Maar de redding was nabij. De mama van een vriendinnetje bleek een opruimcoach te zijn. Ik had er nog nooit van gehoord. Professional organiser wordt het ook soms genoemd. Hoedanook, ze was een geschenk uit de hemel. Eerst hielden we een soort van inventarisatie: hoeveel uren hadden we per kamer nodig om te minimaliseren? Ik wilde graag alle belangrijke ruimtes in ons huis onder een vergrootglas leggen: de bibliotheek, de bureau, de keuken, de speelhoek en de kamer van de kleuter. Mijn eigen kleerkast had ik in het voorjaar al succesvol geminimaliseerd: vier grote vuilniszakken kledij had ik braaf naar het kringloopcentrum gebracht. De andere kamers hadden wat meer structuur en organisatie nodig. En vooral een strenge hand. Maar het meest fantastische vond ik toch wel dat mijn opruimcoach de spullen die ik weggaf, echt meenam en ergens afzette zodat ze direct bij de mensen terechtkwamen die mijn spullen konden gebruiken. Ik moest dus zélf niet meer naar de kringloopwinkel lopen. Want geef toe, dat komt er toch niet van. Elke sessie reed mijn opruimcoach dus met een wagen vol weggeefspullen de oprit af. Een zaligheid!

Mindset
Ik heb veel geleerd doorheen al dat minimaliseren. Wat mij zeker zal bijblijven, zijn de volgende richtlijnen.

  1. hou enkel bij waar je blij van wordt
  2. wat je online kan vinden, hoef je niet in huis te hebben (geen cd’s meer dus of dvd’s)
  3. boeken heb je eigenlijk niet nodig of alleen de boeken waaraan je echt gehecht bent en geloof mij: dat zijn er héél weinig. Waarom zou je een boek in huis houden dat je nooit of te nimmer nog gaat lezen?
  4. je hebt weinig nodig om gelukkig te zijn
  5. geef ALLES een plek (alles dus, ook de paperclips, de notaboekjes en de batterijen)
  6. stop met gratis spullen aan te nemen in winkels, ook al zijn ze gratis
  7. wees alert op de instroom. Als er iets binnenkomt, laat dan ook iets buitengaan.
  8. zet je spullen op weggeef-groepen op Facebook, maar doe dit op vrijdagavond, dan kunnen mensen zich dat weekend organiseren en dan raak je er ook écht vanaf
  9. kinderen hebben weinig speelgoed nodig om echt fijn te kunnen spelen
  10. stel jezelf de vraag als je iets niet kan wegdoen: hoe belangrijk is dit écht voor mij en ga ik het volgende maand écht missen?

Natuurlijk ging het niet altijd van een leien dakje, al was ik een goede student, zei mijn meester. Ik kan heel makkelijk spullen wegdoen, heb ik gemerkt. Ontheching is my middle name. Maar soms waren er toch zaken waar ik geen weg mee wist. Mooi speelgoed bijvoorbeeld: hou ik dat bij voor mogelijke kleinkinderen? Of die piano van mijn overleden zus…eigenlijk wordt die door niemand gebruikt. Of dat zilveren bestek in een mooie koffer van mijn ouders zaliger…wat doet een mens daarmee? Maar mijn opruimcoach wist altijd wel de juiste vragen te stellen zodat er wat helderheid kwam in mijn gedachten en overtuigingen.

En nu?
Het huis is na een paar maanden nog altijd veel opgeruimder dan vroeger en vooral: ik heb minder tijd nodig om alles een plekje te geven maar ook, ik heb veel minder tijd nodig om iets terug te vinden. Ik weet alles nu uit mijn hoofd liggen, er is meer overzicht.  Vroeger gebeurde het geregeld dat ik begon te zoeken naar iets, het dan niet vond, het opnieuw kocht en het dan twee dagen later toch vond. Ellendig. Ik ervaar nu meer rust in mezelf omdat er geen overbodige spullen in huis zijn. Minder overbodige spullen in huis, minder overbodige gedachten in mijn hoofd. Ik koop ook beduidend minder en vooral veel bewuster. Rommel en troep komt het huis niet meer in. En als het toch nog gebeurt, dan gaat het ook direct weer weg. Ik ben dus een tevreden vrouw, met minder spullen! Dat kan. :)

Ook geïntrigeerd door dit alles? Neem dan eens contact op met mijn opruimcoach. Ze heet Britt en er is niemand die zo praktisch en pragmatisch en passioneel kan vertellen over opruimen en organiseren als zij. Zeker de moeite waard als je al die overbodige gedachten en spullen in je leven een plek wilt geven of gewoon nieuwsgierig bent, dat mag ook. Alle informatie op  www.ontwar.be

 

De kracht van Gestalttherapie

shutterstock_471042863Elke dag komen er bij mij mensen over de vloer die hun leven willen veranderen. Ze willen anders denken, zich anders gedragen en/of zich anders voelen. Ze willen soms zelfs iemand anders zijn. En dat anders zijn begint al op het moment dat ze naar mij rijden. Ze zijn vastbesloten om bij mij vooral te zijn wie ze willen zijn.

“Maar bij jou is dat anders”
Typisch aan de Gestaltvisie is dat we ervan uitgaan dat in de hulpverlenende relatie die wij opbouwen, zich exact dezelfde patronen zullen voordoen als waar je tegenaan loopt in je dagdagelijkse leven. “Clients come to excercise themselves.” Cliënten komen met andere woorden gewoon doen wat ze altijd doen. Dat is bijna een wetmatigheid. Want als je zoveel bewustzijn had over je gedrag dat je het aan- en uit kan zetten wanneer je bij mij de drempel overstapt, dan had je bij voorbaat de drempel niet over gemoeten. Ik vraag dus geregeld:”Hoe zit dat dan hier tussen ons?” of “Hoe speelt dat tussen ons?” om zicht te krijgen op de dynamiek die zich tussen de cliënt en mij ontvouwt. Voor cliënten soms een akelige vraag: hoezo? We gaan het hier hebben over u en mij??

Betrapt
Sommigen schuifelen dan onrustig in het groene zeteltje. “Hier is dat anders. Ik betaal jou.” of “Jamaaaaar! Jij bent mijn therapeut!” Een vreemde redenering want als het van het geld afhangt of van de functie dat je je gedrag kan sturen, dan zou het simpel zijn. Anderen kijken eerst betrapt en dan bedroefd. “Ik doe het hier ook.” Whatever it is. “Ik doe het zelfs hiér!” Dan komt de kwaadheid en de teleurstelling. “Ik wou het helemaal niet zo doen. Als ik het hier al niet kan!”

“Heel goed dat je hét hier ook doet!” zeg ik dan verrukt.

Verwarring troef nu.

“Want nu kunnen we ermee aan het werk. Je toont mij waarmee je worstelt, dank je wel daarvoor. Heling gebeurt altijd in het contact, verandering gebeurt in het contact met de ander. Laat ons eens kijken….”

De mythe
Therapie of coaching gaat dus niet -alleen- over het cognitieve proces, psycho-educatie en praten over wat je voelde en dacht.  Maar ook heel erg over het contact en de relatie tussen cliënt en therapeut en wat je doet, voelt en denkt op dàt moment . Daar ontstaat de ruimte om het mogelijk anders te doen (als je je veilig genoeg voelt), daar krijg je feedback over wat jouw gedrag met mij doet en daar krijg je de kans om muurtjes af te brokkelen en je donkerste kamertjes te tonen en inzicht te krijgen over je eigen doen en denken. Dit zorgt ervoor dat het gesprek veel impact heeft en waardoor cliënten soms in de grootste verwarring naar huis gaan.

“Verwarring is goed!”, zeg ik dan weer verrukt.

Eindejaarsdruk(te)

shutterstock_228250867Samen met miljoenen mensen op deze aardkloot maak ik mij klaar voor de grote eindejaarsrush.  Heb ik de juiste cadeaus die de Sint voor mijn kinderen zal brengen?  Weet ik al welke kerstboom ik ga zetten?  En in het bijzonder in welke kleur deze boom  opgetuigd zal worden dit jaar?  Vooral de eindejaarscadeaus baren mij zorgen.  Wat had ik nu alweer vorig jaar gegeven aan mijn schoonbroer en hoe kan ik dat overtroeven?  Hebben de kinderen al hun kerstoutfit?  En natuurlijk dan ook hun eindejaarsoutfit?  En liefst ook nog eentje voor nieuwjaarsdag, want je weet nooit wat moemoe en vava zullen zeggen. Want laat ons eerlijk zijn, die nieuwjaarscent, het is toch wel de moeite.  Zelfs in de boekskes wordt er groot lawaai gemaakt over hoe je je haar kan doen tijdens de kerstdagen.  Wordt het een Audrey Hepburn of Twiggi kapsel dit jaar?  Het kerstdinertje, daar ben ik nog niet helemaal uit.  Mijn laatste hoop is gesteld op kookgod Jeroen Meus. De Piet heeft intussen al wat van zijn gratie verloren.  En ik heb het niet over Zwarte Piet en ook dat mogen we niet meer zeggen. Druk van alle kanten.  Hopelijk heeft Jeroen Meus ook recepten voor 15 personen want dàt staat mij echt wel te wachten met Kerstmis, inclusief sprankelende gedekte tafel met de onmisbare tafeldecoratie.

Schizofreen
Voor veel mensen is dit zeer herkenbaar.  De aankomende kerst- en nieuwjaarsperiode is er één van stress en presteren.  Zelfs de boom laten we niet ongemoeid.  Wat zeg ik: de pàkjes onder de kerstboom moeten zelfs het juiste kleedje aan hebben, liefst met een verschillend lintje en ook in verschillende kleuren.  En zonder dat we het weten zijn we allerlei aan het moeten en aan het doen zonder dat we zelf nog weten voor wie en waarvoor.  Waartoe dient dit hele circus, vraag ik mij af?  Van het rondslenteren in de modale supermarkt wordt een mens al schizofreen dezer dagen: rechts Sinterklaas, links Kerstmis. Het ene feest is nog niet gepasseerd of we zijn al bezig met het volgende. Een niet-aflatende stroom van moetes, verwachtingen, normen en verlangens wordt op ons afgestuurd.

Groot, groter, grootst
Het eindejaarsgebeuren is status geworden.  Hoeveel uitnodigingen een mens krijgt met oudjaar, bepaalt tegenwoordig zijn populariteit.  Het is niet meer voldoende om gewoon Kerstmis te vieren, het moet elk jaar groter, meer en beter.  Die opgevulde kalkoen is al lang een dood kieken want passé en niet origineel. Wie eet er nu ook nog vlees trouwens? De hoeveelheid pakjes onder de kerstboom bepaalt de gezelligheid in een gezin. En dat we geen eenzame uitnodigen maar wel ons geweten willen sussen, lossen we op door snelsnel een paar plaatjes aan te vragen bij Music for Life.  En  meer dan onze buurman die “maar” 15 euro uit zijn portemonnee kon halen, de vrek.  Rond het eindejaar wordt niet alleen de persoonlijke balans opgemaakt maar is het ook hét moment van het grote vergelijk: wie niet hoog genoeg scoort op bovengenoemde voorbeelden, heeft gefaald in het ding dat we “het leven” noemen. En wie niet mee doet of niet mee kàn doen met de drukte, wordt met argwaan bekeken: dààr moet zeker iets mis mee zijn.

Je ziet mij toch nog graag?
Wat is dat toch dat ons drijft tot het onmogelijke?  Wat ons uren laat rondsurfen en ronddraven voor hét perfecte cadeau?  Die gekte die ons aan de waggel houdt vanaf midden november tot begin januari.  Want het is wél belangrijk dat we Kerstmis geshellig vinden hoor.  Het is het feest van de warmte, het samenzijn en love, peace and understanding.  Wie durft er nog “nee” te zeggen tegen heel deze massahysterie?  Schaamteloos neem ik de term “musturberen” over van Luc Swinnen, stressconsulent. Wat een geweldig woord dat zo mooi de lading dekt: “We proberen met man en macht het héél goéd te doen.  Het moét gewoon goed zijn!”  Waarbij “moeten” gelijk staat aan geluk want als we alles goed doen, dan klopt het plaatje en ziet iedereen ons graag. We willen graag gezien worden, cool en hip zijn en vooral niet uit de kerstboom vallen.  Want wie uit de boot valt, is alleen en alleen zijn is zielig. En zielig en alleen zijn op Kerstmis, dat is alleen voor de daklozen en de armzaligen van geest.  Onze angst voor afwijzing laat ons gekke sprongen maken. Want wie nog durft te kiezen voor wat hij zelf wilt en niet voor wat er wordt verwacht?

Lieve Van Weddingen is personal coach voor mensen die voluit willen leven.
www.lievevanweddingen.be

Verlicht de kersverse moeder! 

De regering stelt coaches ter beschikking aan pasbevallen moeders om hun zwangerschapskilo’s kwijt te geraken. Ik weet niet of u recent nog op kraambezoek ging bij een pasbevallen moeder maar de kilo’s zijn wel het minste van haar zorgen en terecht ook! Voeden, koesteren, borstvoeding leren geven, een plekje vinden in het moederschap, het huishouden draaiende houden, niet verzuipen in de rat race van het ouderschap …het zijn allemaal niet zo evidente dingen waar je als jonge moeder mee te maken krijgt en die veel aandacht en tijd vragen.

Moeder worden
Daar bovenop komt nog eens dat minimum de helft van de pasbevallen moeders helemaal niet blij is met het moederschap. Ze zien hun kindje heel graag maar dat moederen vinden ze in eerste instantie maar niets. De verandering is zo gigantisch dat de grond onder hun voeten even gaat daveren. En dat even daveren kan soms één tot twee jaar duren. Is dat abnormaal? Volgens mij niet. Moeder worden is één van de grootste transformaties die een vrouw doormaakt in het leven en dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. De mythe van de roze wolk is al lang doorprikt. Dus veel moeders ploeteren en zoeken en voelen zich onzeker en angstig en oververantwoordelijk. En mag dat ook even? Of gaan we opnieuw doen dat dat raar is en abnormaal terwijl het een gezonde reactie is op een grote verandering in het leven van een vrouw.

Gewicht

Dat de overheid nu coaches wil inzetten om de overtollige kilo’s kwijt te geraken is toch echt wel een beetje de bal misslaan. Hoe zou het zijn om gewicht te geven aan de dingen die écht belangrijk zijn en er toe doen? Emotioneel welbevinden bijvoorbeeld of psychologische bijstand of postpartum coaches? Dat het gewicht een extra factor kan zijn om zich slecht te voelen, ga ik zeker niet ontkennen. Overtollige kilo’s kunnen ook zeker een neerslachtig gevoel versterken. Maar daarop de nadruk leggen en moeders zich daarover ook nog eens slecht laten voelen door het onder de aandacht te brengen, is een typisch voorbeeld van het topje van de ijsberg aanpakken maar de negentig procent onder het water negeren. En we weten allemaal nog hoe het is afgelopen met de Titanic. Het wordt toch echt wel tijd dat de overheid de prioriteiten juist legt. Hoeveel initiatieven worden er nog opgestart zonder het einddoel voor ogen houden namelijk emotioneel gezonde moeders die kunnen zorgen voor hun baby’s. Daarvoor is er emotionele ondersteuning nodig, een open aanbod van initiatieven en vooral heel veel juiste informatie waardoor de mama voelt dat het oké is om zich onzeker te voelen en dat ze daarin niet alleen is. Die ondersteuning is het enige wat telt en daar zouden we als maatschappij ook heel erg de vruchten van plukken. Het zou ons allemaal wat verlichten. En al zeker de kersverse moeder.

Het proces van moeder worden

Voor de meeste moeders is moeder zijn meestal plezierig en plezant. Nochtans ervaren veel vrouwen ook gevoelens van schuld, ontgoocheling, competitie, frustratie en zelfs woede en angst, zo schrijft dokter Alexandra Sacks in The New York Times. Psychiater Stern omschreef ook in de jaren 90 in zijn boeken “The motherhood constellation” en “The birth of a mother” dat voor de vrouw de geboorte van haar nieuwe identiteit al even ingrijpend is als de komst van de baby. Dokter Stern toonde aan dat moeder worden echt iets doet met je identiteit en één van de belangrijkste psychische en fysieke verandering is die een vrouw meemaakt in haar leven. Hiermee onderschrijft Stern mijn mening dat moeder worden raakt aan je identiteit. Simpelweg omdat het moeder worden jouw overtuigingen verandert maar ook een nieuw beeld vormt van wie je bent.

“Matrescence”

De antropologen noemen het proces van moeder worden “matrescence”, waar ik geen beter woord voor kan vinden in het mooi Nederlands en is in de wetenschap al vaak onderzocht. De onderzoeken gingen echter vaak over hoe het de baby verging. Zoals we weten is het ook heel relevant om te kijken hoe het met de moeder gaat aangezien ze zoveel veranderingen doormaakt, niet alleen hormonaal maar ook psychisch. Algemeen geweten, gaat Sacks verder, is het goed om jezelf beter te leren kennen want hoe beter je jezelf kent hoe meer leiding je kan nemen over je emoties maar ook over je leven. En hoe meer moeders begrijpen hoe het moederschap in elkaar zit, hoe beter ze zich kunnen voorbereiden maar hoe beter ook zorgverleners hen kunnen vertellen wat er allemaal zal gebeuren. Hoe meer mensen begrijpen wat moeder worden juist betekent, hoe meer begrip en ondersteuning er kan getoond worden. Maar wat verandert er dan juist als een vrouw moeder wordt?

De familie 
De komst van de baby zorgt ervoor dat de partners anders met elkaar omgaan en bovendien nieuwe situaties het hoofd bieden die ook nieuwe emoties teweeg brengen. Maar ook de interactie tussen de nieuwbakken ouders en hun eigen ouders doorgaat een transformatie. Wanneer je iemand toevoegt aan een bestaande groep zal heel de groep reageren op de nieuwkomer maar ook op elkaar.

In “The maternal lineage” zegt psychoanalyticus Paola Mariotti dat een moeder haar identiteit ontleent aan haar stijl van moederen. Of een moeder nu haar eigen moeder kopieert of een geheel nieuwe stijl ontwikkelt, ze zal zonder twijfel in gedachten teruggaan naar haar eigen opvoeding. Één van de grote hulpvragen in mijn praktijk is dan ook:”Wie ben ik en wat voor een moeder wil ik zijn?”

Ambivalentie

De tweede hulpvraag van veel moeders is:”Hoe vind ik een middenweg tussen nabijheid en afstand?” Relaties in het algemeen zijn een dans van geven en nemen, van differentiatie en confluentie en van afstand en nabijheid. En wat jij wilt is niet per se wat de ander wilt. Zo is dat ook in de relatie tussen moeder en kind. De Britse psycho-therapeute Rozsika Parker schreef in “Torn in Two: The Experience of Maternal Ambivalence” over de innerlijke strijd tussen je kind dichtbij willen en toch verlangen naar tijd voor jezelf. Het is net die tweespalt voelen wat voor veel moeders moeilijk is en waardoor ze in de knoei geraken met zichzelf. Het moederschap is niet: makkelijk of moeilijk of: fijn of niet fijn. Het moederschap is moeilijk én makkelijk e:n fijn én niet fijn. Door comfort te vinden in dat discomfort voelen veel moeders zich meer vrij als mens.

Ideaalbeelden

De psychoanalyste Joan Raphael-Leff, hoofd van de University College London Anna Freud Centre, verklaarde dat wanneer een vrouw zwanger is ze al een duidelijk beeld heeft van haar baby en hierop ook allerlei verlangens projecteert. Maar ook over zichzelf als moeder installeerde zich een beeld dat zich vormde door haar eigen opvoeding maar ook door de voorbeelden in de maatschappij, media en vriendinnen. Het is dus zeer logisch dat vrouwen bij mij aankloppen om dit ideaalbeeld te verwerken en een realistisch beeld te accepteren van zichzelf als moeder. Maar evengoed een realistisch beeld gaan aanvaarden over hun baby. Een klein melkmonster dat veel vraagt, weinig geeft en niet zoveel slaapt dan eerst gedacht.

Schuld en schaamte

In het loslaten van het beeld van de ideale moeder die altijd blij en vrolijk is, makkelijk keuzes maakt, altijd graag bij haar kind is en niet veel tijd voor zichzelf nodig te heeft, ontstaan er allerlei emoties van schuld en schaamte maar ook spijt, verdriet en boosheid kunnen de revue passeren. Menig moeder vraagt zich af waaraan ze is begonnen. Tevreden zijn met “good enough” is een laatste hulpvraag die dagelijks voorbij komt in mijn praktijk. En ook al lijkt dat in eerste instantie op tevreden zijn met minder, het streven naar perfectie doet moeders alleen maar lijden. Er is dan zoveel schaamte over de keuzes die ze maken dat ze het gevoel krijgen dat er iets verkeerd is met hen. De schaamte is echter louter een gevolg van het constant vergelijken met de perfecte moeder die eigenlijk niet bestaat.

Postpartum depressie als containerbegrip

De schaamte bij moeders kan zorgen voor een isolement omdat ze zich niet durven uitdrukken over alles wat ze voelen. En waar emoties worden ingehouden, vergroot de kans op depressie. Postpartum depressie is intussen een containerbegrip geworden voor gevoelens van spijt, teleurstelling, oververantwoordelijkheid, verdriet, angst en woede die een vrouw kort na de bevalling kan ervaren. 10 tot 15 procent van de moeders komt terecht in een échte postpartum depressie maar veel meer moeders worstelen met alle fenomenen die in dit artikel staan beschreven. Vrouwen denken vaak dat er iets heel erg mis is als ze zich anders voelen dan voor de zwangerschap hoewel dit perfect normaal is gezien de transformatie die ze ondergaan.

De grijze zone

De psychiater Rosemary H. Balsam vertelde in een artikel van februari dit jaar in de “Journal of the American Psychoanalytic Association” dat de manier waarop psychiaters negeren dat de zwangerschap en bevalling een vrouw enorm beïnvloedt, kan teruggebracht worden tot de tijdsgeest van Freud. Vrouwen worden verblind door een valse tweesprong: ofwel is een kersverse moeder depressief ofwel zit ze op een roze wolk.

Het is zó belangrijk dat vrouwen begrijpen wat er juist gebeurt als ze moeder worden en dat ze zich comfortabel voelen om daarover te praten met andere moeders. Ook al is een postpartum depressie een eerder extreme uiting van de transformatie van het moeder worden, het is goed om het collectief geheugen in te prenten dat zelfs als een vrouw geen postpartum depressie heeft, ze toch door een belangrijke en complexe transformatie gaat. Van vrouw naar moeder.

Bron: The New York Times

Lieve Van Weddingen is gespecialiseerd in het begeleiden van moeders tijdens en na de zwangerschap. Meer informatie op www.lievevanweddingen.be

 

 

Waarom de mama’s van vandaag onder druk staan

16797568_1411550142223140_5724741170416461669_o

De Australische Constance Hall postte een foto waarop ze plezier maakt met één van haar kindjes. Ze stelde zich de vraag waarom moeders vandaag de dag zoveel druk leggen op zichzelf. Toen ze nog maar één kindje had, vroeg ze eens aan haar vader hoe haar grootmoeder dat ooit gedaan had met elf (!) kinderen. Haar vader had geantwoord dat haar nanna nog niet de helft van de druk voelde die zijn eigen dochter voelde. De grootmoeder moest niet naar de bank of de supermarkt elke dag, er werd niet verwacht dat ze er na een paar weken subliem uitzag en ze zette ook nooit druk op haar eigen kinderen om bepaalde mijlpalen te bereiken vanaf de leeftijd van drie weken (je kent het wel: lachen, rollen, zitten,… die dingen). Ook het huis moest niet perfect schoon zijn en een thermomix bezitten was geen prioriteit. Ze was gewoon bij haar kinderen en genoot van ermee bezig te zijn. Natuurlijk waren er toen andere addertjes onder het gras maar de druk van de maatschappij was een pak minder groot.

De hedendaagse druk
Dus hoe doen de meeste vrouwen het momenteel met al die druk? Genieten we wel echt van onze kinderen of zijn we vooral bezig met triviale zaken die er niet echt toe doen? Zoals ons huis spotlessly clean hebben, ons lichaam in vorm krijgen of uiterlijk vertoon zodat we het op Facebook of Instagram kunnen posten? Daar bovenop komt nog eens dat veel moeders hun werk en hun gezin willen combineren of dat ze ontzettend op zoek zijn naar vrijheid. Wat zeker hun goed recht is maar consequenties heeft die vooral in de weekends zich laten voelen. Heel vaak zijn moeders en vaders maar half aanwezig wanneer ze bezig zijn met hun kinderen. Ze zijn in hun hoofd met 1001 zaken bezig zonder volledig in het moment er te zijn voor hun kinderen. Mails beantwoorden, facturen betalen, biologische vegi maaltijden bereiden, naar dokters lopen, de was, tanken, hun haar kleuren en brooddozen klaarmaken die zo in een boekje kunnen als voorbeeld. Intussen zijn we maar half aanwezig, knikken we ‘ja’ maar zijn we met ons hoofd bij een verkeerde comment op ons Facebook bericht en zeggen we honderd keer per dag “nog eventjes en mama komt” of “mama gaat nog snel even dit doen”. En zo gaat de tijd voorbij.

Experiment
Hall deed tijdens een opleiding een oefening waarbij ze een verhaal mocht vertellen aan iemand maar halfweg begon haar partner op zijn gsm te kijken, stopte hij met luisteren, keek hij weg, begon te geeuwen en gaf de indruk mentaal niet meer aanwezig te zijn. Dit gaf haar het gevoel van verveling en ook schaamte omdat ze er niet kon voor zorgen om een heel verhaal iemand te laten luisteren. Ze voelde zich waardeloos en onbelangrijk. Is het zo dat we onze kinderen willen laten voelen? Is het zo dat onze kinderen zich voelen door ons druk leven? En willen we dat wel?

Laat het los
De volgende ochtend stond ze op en liet ze het allemaal los. Ze liet los dat ze online nieuwe gordijnen wou bestellen om een goede indruk te maken op haar vrienden en ging echt, écht tijd doorbrengen met haar kinderen. Ze besloot om de maatschappelijke druk van de “super moeder” te laten voor wat het was en niet tussen haar en haar kinderen te laten komen. Ze stond erbij stil hoe ze wou dat haar kinderen zich voelden: interessant, waardevol en gewenst.

Bron: The Huffington Post

Wanneer moeder op de pauzeknop drukt

shutterstock_141704833

Afgelopen week deed ik iets wat ik nooit dacht te doen. Not in a million years. Ik bleef een week thuis terwijl mijn krachtige man en onze 5 kinderen gingen skiën. Enerzijds speelde ik al een tijd met de idee om mij een paar dagen terug te trekken in een afgelegen hutje of op een yogaretreat. Af en toe echt alleen zijn, loskomen van het thuisfront is ideaal om terug diep bij mezelf te komen, mijn eigen ding te doen en mijn eigen kompas weer helemaal scherp te stellen. Anderzijds waren het crazy maanden en liep ik al een tijdje op de toppen van mijn tenen.We rennen maar en rennen maar. En ook al doe ik yoga en mediteer ik vaak en doe ik aan sport, de rat race haalt mij ook soms in.  Dus ik wou echt eens op de pauzeknop drukken. Het voorstel van manlief kwam als een godsgeschenk. Zo fantastisch om dit als koppel elkaar te gunnen. Intussen is de week bijna voorbij en ik kijk met tevredenheid terug op mijn week solitude. Ik deel graag met jullie wat het mij bracht omdat ik het echt een interessant experiment vond. Misschien inspireert het iemand…

De kinderen redden het prima zonder mama
De eerste dagen heb ik mij meermaals betrapt op het sms’en of het willen sms’en naar mijn man. “Vergeet je dat niet…” “Denk je daaraan….?” “Ik heb dat vergeten mee te geven….” “Ze heeft dit en dat nodig…” “Misschien kun je zus of zo…” Verschillende malen hield ik mezelf tegen en zei ik tegen mezelf:”Laat het zijn.” Tanden gepoetst of niet, te warm of te koud gekleed, genoeg gegeten,… Mijn systeem was extreem afgesteld op zorgen voor de kinderen. Het was moeilijk om dat los te laten. Maar wat een vrijheid gaf het toen ik op dag drie niet meer die nood voelde en gewoon met mezelf kon bezig zijn. En kijk, ze leven nog! Het is dus oké om er niet altijd zo bovenop te zitten. Laat ze het zelf maar een beetje uitzoeken. En als er eens iets niet helemaal is zoals ze het willen of ik stel een kind teleur omdat haar favoriete jurkje niet gewassen is. Well, that’s life, baby.

Ik kan heel goed alleen zijn
Ook al ben ik van nature een extraverte persoonlijkheid en heb ik heel graag mensen rond mij, daar komt duidelijk verandering in. Ik kan prima alleen zijn. Ik genoot van de stilte, het niet moeten interageren, simpelweg op mijn eigen ritme leven. Afgezien van een paar lunches heb ik weinig mensen gezien op die zeven dagen en dat was helemaal oké. Ik ging niet dood van eenzaamheid, ik voelde mij nooit alleen of zielig. Al is alleen-alleen natuurlijk niet aan de orde geweest. Ik had nog altijd contact via sms of Facebook met de rest van de wereld wanneer ik maar wou. Dat is voor een volgende keer om ook daar helemaal van los te komen. Maar ik moet dus meer tijd alleen voor mezelf incalculeren. Geen kinderen, geen man, geen vrienden.

Genieten van kleine dingen
Wanneer je altijd in gezelschap leeft, ben je erg ingesteld en toch ook wel aangepast op de context. Ik toch. Vol continu is mijn brein blijkbaar bezig met iedereen het naar zijn zin te maken. Het huishouden aan de kant, de keuken opgeruimd, mijn eigen spullen opgeborgen. Want iedereen in dat huishouden heeft toch bepaalde zaken graag voor zijn of haar eigen comfort: de kinderen eten graag “hun” eten, de man heeft graag dat mijn spullen op hun plek liggen en mijn bureauspullen in de woonruimte laten rondslingeren zou onze kleuter echt helemaal het einde vinden dus toch maar niet. Maar in deze week kon ik een mango helemaal alleen opeten, at ik warm eten zoals ik het wou (vegetarisch, veel groenten en geen koolhydraten), liet ik mijn persoonlijke spullen met plezier liggen wanneer ik ging slapen en alles lag er nog zoals ik het had achtergelaten om 10 uur ’s morgens, ik at en sliep wanneer ik wou, ik ging op mijn yogamat zitten wanneer ik het wilde en ik speelde mantra’s zonder dat een kleuter begon te jengelen dat nu echt echt wel K3 op moest. Of Frozen. Je kent het. Meer van dat doen dus. Waarom zou ik mij altijd moeten aanpassen aan de kinderen en nooit andersom? Ja, waarom eigenlijk?

Slaap is het hoogste goed
Ik wist het wel. Ik weet het al zestien jaar. Maar slaap is het hoogste goed. Na meer dan drie jaar hele zware nachten met vaak maar 5 uur slaap en dan nog niet eens na elkaar (dat zijn dan de goede nachten) was ik echt toe aan een paar nachten doorslapen. Ik sliep nooit uit want om klokslag halfacht was ik elke morgen wakker. Maar wat een verademing. Ik ging er alsmaar beter uitzien, mijn wallen trokken weg en mijn hoofd klaarde op. Dus daar wil ik in de komende tijd terug waakzamer mee omgaan. Hopelijk gaat de kleuter daar een beetje in mee. En indien niet: blijkbaar kan de papa het ’s nachts ook heel goed. Dus, nachtelijke beurtrollen, here we come!

Grenzen stellen is nodig
Ik voelde heel deze week hoe sterk ik over mijn grenzen laat lopen als man en kinderen thuis zijn. Ik cijfer mij makkelijk weg. Overdag komen de kinderen gewoon altijd op de eerste plaats. Altijd. ’s Nachts eigenlijk ook. Maar waar blijf ik in heel dat verhaal? Ik neem mij nu voor om daarin meer naar mezelf te luisteren en ook mijn eigen wensen als even belangrijk te catalogeren. Intussen zijn het geen baby’s meer en is het heel oké dat ik mijn eigen plek, tijd en ruimte opeis. Maar ik moet het wel opeisen blijkbaar. Want vanzelf komt het niet naar mij toe. Nee zeggen tegen grillen en kuren en wensen is prima. Nee zeggen is helemaal prima. Tout court.

Food for the soul
Mensen vragen mij: wat doe jij dan heel de dag? Eigenlijk niet zoveel. Ik sliep een hele nacht, ik mediteerde, deed bijna elke dag yoga, ging eens joggen en naar de fitness, deed niks, verveelde mij (echt waar! zalig!), kookte elke dag gezond, bracht een bezoek aan de osteopaat, maakte groene smoothies, slenterde op mijn dooie gemak door de winkel, keek televisie (wat ik quasi nooit doe), ik wandelde elke dag een beetje of ging fietsen, ik hield een dagboek bij, ging dus lunchen met een paar mensen, ik probeerde niet weg te vluchten in afleiding, werkte een heel klein beetje, deed soms een dutje, vertraagde enorm mijn tempo en deed veel aan zelfreflectie. Wat doét dit eigenlijk allemaal met mij zo een week gescheiden zijn van man en kinderen en terugplooien op mezelf? Voedsel voor de ziel zo een week. Daarvan ga ik weer wat meer doen als ze terug zijn.

Reset
Het loslaten ging moeilijker dan gedacht. Ik liep die eerste dagen niet huppelend van blijdschap door het huis. “Wat heb ik nu gedaan?” was eerder het gevoel dat door mijn hoofd ging. Het was lastig om de eerste dagen niet op de was te vliegen of op het werk of op de dingen die al wekenlang op zich lieten wachten. Om de lat niet heel hoog te leggen en gewoon rustig mijn tempo te vinden. Ik moest niet alleen mijn man en kinderen loslaten maar ook een beetje mijn ouwe getrouwe routine. Want als iedereen wegvalt, blijf alleen ik over. Ik was een week geen moeder en geen vrouw van. Ik was gewoon Lieve Van Weddingen. Wie ben ik eigenlijk? Wat vind ik belangrijk? Hoe deed ik dat voor ik kinderen en een relatie had, intussen al zolang geleden dat ik het mij niet meer kan herinneren. Het was een beetje een reset. Die reset voelt voor mij echt heel wezenlijk. Het bracht mij terug tot mijn kern, los van wat anderen van mij willen. Klanten, cliënten, mijn partner, de kinderen,….zoveel mensen die aan mij trekken. Zo moeilijk soms om te blijven voelen wat voor mij belangrijk is. Af en toe mezelf dus een reset gunnen.

Van onrust naar rust
De eerste dagen was ik ontzettend onrustig. Mijn gedachten flikkerden alle kanten op: kan dit wel en mag dit wel en wat denken mensen wel niet en gaat mijn man niet flippen en ben ik nu een slechte moeder en kan ik mij wel overgeven. Ik weet niet goed hoe dat kwam. Overtuigingen die mij parten speelden zeker? Kon ik mezelf dit gunnen? Dat was eigenlijk de grote vraag. Mijn hart sprong soms uit mijn borstkas van emotie. En dat was dan verdriet en kwaadheid tegelijk. Dat was er gewoon, ik kon er weinig aan doen. Maar dan ging ik wat mediteren of schrijven of ik zong wat mantra’s. En beetje bij beetje ging de druk in mijn hoofd weg. De gedachten werden rustiger. De emoties kleiner. Tot er vooral nog rust overbleef en tevredenheid. En een beetje leegte in mijn hoofd. Iets wat ik de afgelopen maanden absoluut weinig heb kunnen ervaren. Cruciaal dus blijkbaar om daar meer tijd voor vrij te maken. Misschien toch maar twee keer naar de yoga dan?

Levensles
Ik heb in de afgelopen week nog twee heel belangrijke zaken geleerd. Eerst en vooral wil ik mij écht alleen maar professioneel bezighouden met zaken die mijn ziel voeden. Hier en daar slopen er toch weer energievretende, lege opdrachten in. Opdrachten waardoor ik energie verlies die ik echt voor andere zaken veel beter kan gebruiken. En vooral voor mezelf. Daarnaast wil ik ook een beetje minder beschikbaar zijn voor mijn gezin. Hoe ik dat gedaan heb de voorbij jaren was té. Je zal misschien denken: dat is jouw job als moeder. Zo IS het nu eenmaal. Dan had je er niet (meer) aan moeten beginnen. Misschien is dat wel zo voor sommige mensen. Maar ik merk dat ik toch een beetje dood ga van binnen als die weegschaal  “anderen en mezelf” te weinig in evenwicht is. Dat is ook mijn grote valkuil. Ik ben heel goed in het zorgen voor anderen en in mezelf wegcijferen. Zeer goed. Maar dat wil ik niet meer. Deze week heeft mij dat weer al eens duidelijk gemaakt. En ook al heb ik in het verleden al zeer vaak die les gekregen, deze week was opnieuw een gentle reminder.

 

 

Terug zwanger na een moeilijke postpartum periode

shutterstock_324454121-copyOké, het is zover. Je bent terug zwanger. Op één of andere manier heb je dat moeilijke postpartum na de bevalling van je eerste een plek kunnen geven. Je weet nog altijd niet goed wat het nu juist was maar happy kon je jezelf toen niet noemen en dat heeft toch even aangesleept. De huilbuien, de angsten en onzekerheden, alle twijfels…als een Tsunami hebben ze je overspoeld. De ene zei dat het een depressie was, nog iemand anders een angststoornis, een derde een dip…wat doet het er eigenlijk toe? Je zocht hulp en je overleefde het. Nu, drie jaar later, kan je van jezelf zeggen dat je terug boven water bent gekomen. En ja, dan in een zot moment en 364 overpeinzingen zijn jullie er terug voor gegaan. Je hoopte nog dat het wat langer zou duren deze keer maar BAM, al na de eerste ronde was het raak. Dat was toch even paniek. Hoe gaat het gaan? Hoe moet je dat in hemelsnaam gaan doen met TWEE kinderen? Wat gaat de impact deze keer zijn? Je wilt die voorbereiding deze keer graag ànders doen, misschien helpt het wel? Hierbij een paar tips die je wat richting kunnen geven. Je hoeft ze niet àllemaal te volgen. Haal diegene eruit die jou passen.

Tijdens de zwangerschap

  • Laat je begeleiden door een vroedvrouw die ook nadien aan huis komt. Ze leert je doorheen de zwangerschap kennen en weet ook hoe je je “in normale” omstandigheden gedraagt. Ze zal na de bevalling snel zien wanneer het minder goed met je gaat of wanneer je dicht klapt bijvoorbeeld.
  • Zorg dat je in de zwangerschap al sterk verbonden bent met de baby in je buik, haptonomie kan daarbij helpen maar ook bijvoorbeeld zwangerschapsyoga. Een sterke binding met de baby in je buik is niet alleen heel aangenaam voor je kindje maar ook voor jou. Het zal je helpen om je kindje na de bevalling dichtbij te houden en dat is goed voor de moeder-kind binding. Hoe meer je je verbonden voelt met je kindje (lees: hoe meer je het gevoel hebt dat je kindje JOU nodig heeft) hoe beter. Daarnaast voel je je baby door de connectie beter aan waardoor je hem of haar sneller getroost krijgt. Jullie kénnen elkaar al. Dat geeft je zoveel voorsprong en het is een boost voor je zelfvertrouwen!
  • Veel ventileren over alles wat er in je hoofd en lijf zich afspeelt (zonder censuur) is ook een hele belangrijke. Depressie komt niet toevallig van het Latijnse woord deprimere wat onderdrukken betekent. Je onder-drukt iets, je houdt het binnen. Door het naar buiten te laten komen, terug te laten stromen, het te laten wegvloeien, verlaat ook de depressie je lichaam. Ventilatie is dus cruciaal. Het haalt je ook uit je mogelijk isolement. Door hier tijdens de zwangerschap al werk van te maken, moet je niet meer gaan zoeken naar mensen tot wie je je kan richten na de bevalling.
  • Doe veel grondingsoefeningen, zeker een paar weken voor de bevalling: wandelen, wroeten in de aarde, op blote voeten lopen, dansen, eventueel contact met huisdieren, vaak op de grond zitten. Ook ademhalingsoefeningen of mindfulness kunnen helpen.
  • Je kan preventief een traject opstarten bij een hulpverlener: ze kan je helpen om je angsten uit te spreken en er een stuk los van te komen. Ze leert je ook kennen, kent je voorgeschiedenis, je manieren van denken en doen, je kleine en grote kanten. Dat geeft veel voorsprong mocht het misgaan.
  • Lichaamsgerichte activiteiten: zwangerschapsyoga opnieuw, maar ook Shiatsu of je laten masseren, kunnen helpen. Emotioneel lichaamswerk brengt ook veel in beweging: hoe sterker de verbinding met je lijf, hoe minder groot de kans dat je in je hoofd schiet. In je hoofd ontstaat de angst. Hoe meer je in je hoofd zit, hoe groter de kans dat je gronding te laag is waardoor je gaat piekeren of angstaanvallen doet.
  • Zoek een mamagroepje op Facebook waar je terecht kan tijdens en na de zwangerschap. Gedeelde smart is halve smart en je krijgt het gevoel dat een tribe van vrouwen achter je staat. Net zoals vroeger. We hebben echt een netwerk van vrouwen nodig om op terug te vallen, in goede en in kwade dagen.

Na de bevalling

  • Vermoeidheid is numero uno trigger om onderuit te gaan. Dwing rust af. Ga ’s avonds mee slapen met de baby, beperk het bezoek, laat je pamperen, kom de eerste weken je bed niet uit maar slaap en rust zoveel als mogelijk, beperk uitstappen, wissel af met je partner, vraag hulp aan iedereen die je kent maar dan echt aan ie-de-reen, neem alle hulp aan die je krijgt aangeboden, besteed oudere kinderen uit of laat een babysit komen terwijl jij met de baby in bed ligt. Rust en slaap moeten je topprioriteiten zijn in de eerste twee à drie maanden.
  • Ook nu zijn grondingsoefeningen heel nuttig: wandelen met de kleine in de draagdoek, wroeten in de aarde, op blote voeten lopen, dansen, eventueel contact met huisdieren en/of vaak op de grond zitten.
  • Zorg dat je kraamhulp hebt. Ik weet dat dat een stretch is voor sommige vrouwen maar het is in het kader van voldoende rust echt noodzakelijk dat je je even niet over het huishouden hoeft te bekommeren.
  • Praat, ventileer, schrijf… Zorg voor een manier om te delen wat er van binnen leeft. Het is cruciaal dat je gedachten en gevoelens blijven stromen.
  • Maak rond week drie een afspraak bij de hulpverlener waarmee je in de zwangerschap contact hebt opgenomen. Bekijk het als een cadeautje aan jezelf en je wilt je baby tonen, toch?
  • Vergeet zeker niet op week zes langs te gaan bij de vroedvrouw. Dat opvolggesprek is natuurlijk een manier om af te ronden wat jullie samen hebben beleefd maar het is ook een goed moment om postpartum problemen te bespreken. Mocht je nog geen hulpverlener hebben, dan is dat het ideale moment om doorverwezen te worden.

Maar…

Het is heel moeilijk om te voorspellen of je al dan niet bij je tweede of derde of volgende postpartum er anders mee zal kunnen omgaan. Je hebt natuurlijk het perspectief dat het overgaat, je weet dat baby’s ooit stoppen met huilen, dat baby’s ook tegen een stootje kunnen en je flipt niet meer bij elke verkoudheid. Maar toch gebeurt het dat mama’s ook na een bevalling terug de weg kwijt raken. Vaak is dat omdat het de eerste keer niet helemaal doorwerkt is (dit gebeurt geregeld wanneer er medicatie is genomen) of er toch verdriet van bij de eerste keer terug naar boven komt of omdat er een patroon de kop opsteekt dat de eerste keer niet aan bod is gekomen. De omstandigheden kunnen ook anders zijn, je bevalling kan ingrijpend zijn… Je hebt, laat ons eerlijk zijn, statistisch gezien een hogere kans om een volgende postpartum depressie te krijgen als je er al eentje hebt gehad. Maar onthou: dit is opnieuw van voorbijgaande aard. Laat je goed begeleiden en je komt er terug door.

Ik wens je veel vertrouwen en wijsheid.

Lieve Van Weddingen heeft een eigen praktijk als therapeut en coach om vrouwen te begeleiden na de bevalling. Ze schreef ook het boek “Mijn baby lacht…nu ik nog!” www.lievevanweddingen.be

 

Wanneer een kind onderuit gaat

meisjeVoor mij zit een meisje van een jaar of 15. Ze staart wat wezenloos voor zich uit, oortjes in de oren, blik op haar smartphone. Haar haar in een dot hoog opgestoken, in een dekentje gewikkeld, met warme sokken en een joggingbroek. Zich zorgen maken over haar uiterlijk heeft ze al een tijd achter zich gelaten. Ze sleept zich door de dagen, is helemaal uitgeput, voelt zich leeg en alleen, heeft al wekenlang vreselijke hoofdpijnen, concentratiestoornissen en ziet het licht niet altijd meer. Ze gelooft ook dat dit nooit meer over zal gaan. Als meisje van 15 met die gedachte leven, het is geen evidentie. Wegens gebrek aan energie komt ze amper het huis uit. Eten doet ze omdat ze moet want honger heeft ze niet. Ze voelt zich intens verdrietig maar huilen kan ze niet. Haar schoolresultaten blijven verbazend goed ook al kan ze al weken geen letter meer lezen, laat staan onthouden. Af en toe is er een opflakkering waarbij het licht terug in haar ogen schijnt. Maar meestal zie ik de dofheid, de somberte, de vaagheid, de angst en de onzekerheid. Beslissingen maken, is moeilijk. “Ik weet het niet.” antwoordt ze op de meeste vragen of dilemma’s. Het is moeilijk om haar zo te zien worstelen. Een kind nog, maar met volwassen zorgen.

Alle hens aan dek
Er wordt gezocht naar oorzaken. Te weinig uitdaging op school, leerkrachten waardoor ze zich behandeld voelt als een klein kind en de beste vriendin die veranderde van school. Onderzoeken van de hersenen leveren niets op, bloedonderzoek is normaal. Fysiek is ze dus helemaal in orde. Uiteraard schiet er een hele machine in gang. De school wordt ingelicht, de dokter/homeopaat kijkt mee en de jongerenpsycholoog wordt ook ingeschakeld. Ik geloofde in het begin dat met wat verhoogde aandacht en zorg het tij snel zou keren. Jongeren zijn toch energiek en vol leven? Maar we zijn intussen drie maanden verder. En eigenlijk is er nog niet veel veranderd. Volwassenen met dezelfde symptomen blijven thuis. Jongeren moeten naar school blijven gaan. Er is geen systeem dat duidelijk aangeeft hoe je hiermee moet omgaan. Ze spreekt hypothetisch over alles achterlaten en elders met een blanco lei beginnen. Maar wie kan deze jongeren helpen? Deze jongedame is niet alleen. Nu hoor ik pas hoeveel jongeren rond deze leeftijd uitvallen, het noorden kwijtraken, schooluitgeput zijn en eigenlijk gewoon willen verdwijnen. Eigenlijk is er na bijna dertig jaar niet veel veranderd. We weten nog steeds niet wat we moeten doen. Het blijft vaag en onduidelijk. Een kind heeft leerplicht en het voelt als een enorme druk om die plicht te blijven volgen. Het ergste wat er nu voor haar kan gebeuren is dat ze nóg een jaar extra moet doen. Maar er zijn weinig alternatieven… En ondertussen tikt de klok verder en wordt de uitzichtloosheid groter.

Help mij
Allerlei doemscenario’s gaan door haar pijnlijke hoofd. “Kan er nu niemand zeggen wat ik heb?!” en “Bestaat hier geen pilletje voor?” of “Wat als dit nooit meer overgaat?” Ik ken de antwoorden niet. Frustratie en onmacht voel ik. Ik wou dat ze nog maar vijf was en genoeg had aan extra aandacht en koekjes en warme melk. Maar ik voel oneindig veel liefde en empathie, dat ook ja. En zorg. Ik wou dat ik het voor haar kon overnemen. We praten veel, er wordt getekend, nagedacht. Ze is teleurgesteld in de wereld. Ze wil dit niet. Daarmee omgaan kost haar onnoemelijk veel energie. Kopzorgen, daar krijg je heel veel hoofdpijn van. Ze leert nu dingen die volwassenen leren als ze dertig zijn, dat is het goede nieuws. Maar hoe bedroevend is het eigenlijk dat onze gezondheidszorg voor jongeren nog altijd zo beperkt is. Dat er niemand ons een plan van aanpak kan geven of de verschillende opties op een rij kan zetten. Dat er niet echt een aangepaste aanpak is want jongeren dienen gewoon in de pas te lopen, zich geen vragen te stellen. Ze is geen kleuter meer en ook geen volwassene. Ze valt er helemaal tussen. Zo glippen er veel jongeren ons door de vingers. Soms heb ik ook het gevoel dat ze mij ontglipt, wegglijdt… Gelukkig zijn er soms ook betere dagen.

Dag per dag
Intussen gaat ze sinds kort weer hele weken naar school maar met een aangepast programma. Maar veel is er nog niet veranderd. Het is zoeken en vallen en weer opstaan. Trial and error. Ooit komt dit wel terug in orde. Stap voor stap vindt ze zich zelf terug en klimt ze uit het dal. Maar voor hoeveel jongeren komt hulp laat of zelfs te laat? Zoals wanneer er weer een zestienjarige zich van het leven berooft…

Steun Rode Neuzendag. Want het zal jouw kind maar zijn…

www.rodeneuzendag.be

Recht op rouw

shutterstock_350568422

Op 9 oktober ging in het mooie Belgenland de campagne van start om postpartum depressie extra aandacht te geven, gelanceerd door Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen in samenwerking met Elke Berx, verpleegkundige van Kind en Gezin. Deze campagne kadert in de week van de geestelijke gezondheidszorg. Een initiatief dat ik enorm apprecieer. Echt wel. Ik werk nu meer dan tien jaar met prille moeders die na de geboorte van een kind onderuit gaan en er is heel veel nood aan sensibilisering rond dit thema. Er rust immers nog steeds een taboe op het ontbreken van de suikerspinroze wolk nadat je bent bevallen. Wanneer een vrouw bevalt, kunnen er zich achteraf allerlei fenomenen voordoen die haar mentaal evenwicht doen wankelen. Op de website van K&G lees ik:

“Zeer kort na de geboorte, onder invloed van de sterke hormonale en lichamelijke veranderingen, hebben veel mama’s enkele ‘huildagen’. Bij 10% tot 20% van de mama’s blijft die sombere stemming langer dan 10 à 14 dagen aanslepen. In dit geval is er sprake van een postpartum depressie.”

Dit doet mij pijn. Als toonaangevende organisatie verkondigen dat een moeder een postpartum depressie heeft wanneer ze zich langer dan twee weken na de geboorte somber voelt, is pertinent onwaar en zelfs gevaarlijk. Het is ook voor de mama mét een postpartum depressie een steek in het hart want een depressie is zo-veel meer dan je twee weken somber voelen. Ik wil daarom met dit schrijven in het bijzonder pasbevallen moeders een hart onder de riem steken en benadrukken dat een kind krijgen niet iets is wat altijd zomaar  vanzelf gaat. En daarvoor hoef je geen postpartum depressie te hebben. Het is niet omdat je je wat langer niet happy voelt, verdrietig, angstig, oververantwoordelijk of teleurgesteld dat je in een depressie bent terechtgekomen. Beste mama, laat niemand of niets jou dat wijsmaken. Er is een heel breed scala van postpartum problemen dat zich kan voordoen na een bevalling: een babyblues, een postpartum angststoornis, een kraambedpsychose, een postpartum depressie en een rouwproces. Al deze fenomenen bestaan en verdienen hun eigen aanpak. Een postpartum depressie is heel zwaar en donker en erg moeilijk. Mijn hart gaat echt uit naar de mama die dit meemaakte of er middenin zit. Ik hoop werkelijk dat je juist begeleid wordt en je niet alleen voelt. Maar, jij andere mama die zich niet gelukkig voelt nu je een kindje hebt: je bent niet ziek of abnormaal. Sterker nog, misschien is het zelfs helemaal logisch dat je een beetje wankelt?

Rouw als reactie op verandering

Zestig tot tachtig procent van de moeders (én vaders) voelt zich niet helemaal gelukkig wanneer ze een kindje hebben gekregen. Heel veel moeders voelen zich angstig, verdrietig, verloren, onzeker en in twijfel. Ze huilen veel, vinden hun draai niet, voelen zich oververantwoordelijk en ongelukkig. Dit kan gemakkelijk een aantal maanden duren. In realiteit zelfs veel langer, weliswaar met de nodige ups en downs. Is dat dan altijd een postpartum depressie zoals hierboven beschreven? Neen. Dat is het niet. Zeer veel moeders en vaders komen na de geboorte van hun kind in een rouwproces terecht. Tijdens dit rouwproces laten zij dingen los die ze verloren zijn wanneer ze moeder en vader werden. Ze laten hun ideaalbeelden los (ja, baby’s huilen veel en ja, moeders verliezen ook al eens hun geduld) en verliezen hun: vrijheid (nooit meer zomaar de deur uitstappen), hun relatie (waar is mijn man? waar is mijn vrouw?), hun lichaam (nooit meer hetzelfde eens je een kind droeg), hun werk (drie maanden moederrust), hun vrienden (te moe voor sociale contacten) en bovenal zichzelf. Een kind krijgen heeft vaak een enorme impact op zowel de man als de vrouw, de wereld davert, de kaarten worden herschud. Niets is nog hetzelfde. En dat is ook “normaal”. Het is een gezonde reactie op een grote verandering. Je krijgt een kind maar je verliest in eerste instantie ook veel. Een kind krijgen betekent dus aanpassen. Jezelf aanpassen aan de nieuwe situatie en dat kost tijd. Dat gaat gepaard met pijn en tranen, zoals dat bij alle verlieservaringen gaat. Moederrouw. Het is een kwalijke evolutie dat mensen zich maar een paar weken somber en slecht mogen voelen. Het leven is volop in beweging, het ouderschap is dat ook. Alles komt en gaat in cycli en fasen. Mensen hebben tijd, begrip en een luisterend oor nodig om verlies een plek te geven en om zich aan te passen aan een nieuwe context. Iedereen heeft recht op geluk en iedereen heeft recht op rouw. En langer dan een paar weken zou ik denken.

Tijd en boterhammen

Ik wil vurig pleiten voor het normaliseren van het aanpassingsproces na het krijgen van een kind. Laat ons met z’n allen jonge ouders ondersteunen met hulp en de juiste woorden in plaats van met een depressie-diagnose. Juist door het te bekijken als een normaal en gezond proces (het mag, het moet niet) zullen moeders geneigd zijn om te delen wat er gebeurt. Isolatie is naast AL die andere moeilijke emoties het allerergste waarmee deze moeders worstelen. Wanneer je niet gelukkig bent na de bevalling, word je aanzien als niet-normaal. En dan krijg je er nog eens een dikke vette depressie stempel bovenop. Meestal is er dus iets anders aan de hand. Er zijn zeker vrouwen die het moederen zich heel snel toe-eigenen maar voor het gros van de moeders is het zoeken en ploeteren en vinden en overwinnen. We worden niet meer omringd door vrouwen die ons het moeder-vak kunnen leren. We worden overspoeld door ideaalbeelden vanuit de media. Het sociaal vangnet van vrouwen is een pak kleiner en vooral anders geworden. Dat helpt allemaal niet natuurlijk om vloeiend in de nieuwe status van kersverse moeder te stappen. Het is echt belangrijk om het onderscheid te maken tussen de verschillende postpartum fenomenen: een depressie is een depressie, een rouwproces een rouwproces, een postpartum angststoornis is een postpartum angststoornis. Pas wanneer een kat een kat wordt genoemd, kan er adequate en gerichte begeleiding worden opgestart. Een bronchitis behandel je toch ook niet als een longontsteking? Tijd, aandacht, steun, openheid rond het thema, adequate begeleiding en veel warmte is het belangrijkste wat deze vrouwen nodig hebben. Een etiket kan richting geven maar is zeker niet heiligmakend. De dag dat elke pasbevallen vrouw die zich ongelukkig voelt zich hierover openlijk kan uitdrukken en dan niet direct het etiket van depressie krijgt opgespeld, zal voor mij een mooie dag zijn. Want moeder worden doe je met vallen en opstaan. En dat is helemaal oké.

Lieve Van Weddingen is gestalttherapeut en coach en gespecialiseerd in het begeleiden van vrouwen tijdens de postpartum periode. Ze schreef in 2013 het boek “Mijn baby lacht…nu ik nog!” en lanceert in januari 2017 de opleiding tot Postpartum Consulent, de eerste en enige in Vlaanderen. Meer weten? www.lievevanweddingen.be